Geld legateren aan je kleinkinderen. Altijd een goed idee?

Een kind heeft voor de erfbelasting een vrijstelling van € 21.559 (voor een gehandicapt kind geldt onder bepaalde voorwaarden een hogere vrijstelling). Erft een kind meer dan dat dit vrijgestelde bedrag, dan betaalt hij over dat meerdere erfbelasting tegen een tarief van 10% (over het meerdere tot € 130.425) of zelfs 20% (het meerdere dat boven laatstgenoemd bedrag uitkomt).

Voorbeeld: Jan laat € 200.000 na aan zijn zoon Rogier. De belastingheffing bij Rogier is als volgt:

tarieferfbelasting
de eerste € 21.559 (vrijstelling)0%€ 0
de volgende € 130.42410%€ 13.042
daarboven: € 48.01720%€ 9.603
totale erfbelasting die Rogier betaalt over € 200.000€ 22.645
erfbelasting zonder kleinkindlegaat

Vrijstelling voor kleinkinderen

Niet alleen kinderen, maar ook kleinkinderen hebben een vrijstelling van € 21.559. Als Rogier twee kinderen heeft, kan Jan erfbelasting besparen door in zijn testament aan elk van beide kleinkinderen het vrijgestelde bedrag te legateren. Over deze 2 * € 21.599 = € 43.118 is dan geen erfbelasting meer verschuldigd.
Rogier erft dan nog maar € 200.000 – € 43.118 = € 156.882. De belastingheffing bij Rogier is dan als volgt:

tarieferfbelasting
de eerste € 21.559 (vrijstelling)0%€ 0
de volgende € 130.42410%€ 13.042
daarboven: € 4.89920%€ 979
totale erfbelasting die Rogier betaalt over € 156.882€ 14.022
erfbelasting met kleinkindlegaat

Besparen in de toekomst

Op deze manier heeft Jan met zijn testament aan erfbelasting bespaard: € 22.645 – 14.022 = € 8.623. Of, anders berekend: 20% * 2 * € 21.559 = € 8.623.
Maar er is nog een fiscaal voordeel. Die 2 * € 21.599 = € 43.118 die Jan rechtstreeks aan zijn kleinkinderen nalaat, hoeft in de toekomst (als Rogier overlijdt) niet meer te vererven van Rogier naar zijn kinderen. Hoeveel erfbelasting dat in de toekomst scheelt is (mede) afhankelijk van het overige vermogen dat Rogier aan zijn kinderen nalaat, maar die belastingbesparing kan (uitgaande van de huidige wetgeving) oplopen tot (opnieuw) 20% * € 43.118 = € 8.623. Een legaat aan de kleinkinderen kan dus zowel bij het overlijden van de grootouder (Jan) als bij het overlijden van de ouder (Rogier) van het kleinkind leiden tot besparing van erfbelasting.

Andere voordelen

Daarnaast kunnen er andere overwegingen zijn om vermogen na te laten aan kleinkinderen. Ik noem er enkele:

  1. Het is leuk gebaar. Al zal Rogier daar misschien anders over denken als “maar” € 156.882 erft in plaats van € 200.000 (bijna een kwart minder), vooral als hij dat geld zelf hard nodig had om de schuld af te lossen die hij destijds was aangegaan om zijn kinderen te laten studeren. Of als hij het geld zelf nodig heeft omdat zijn AOW en pensioen onvoldoende zijn om zijn levensonderhoud te betalen.
  2. Tegen de tijd dat Jan overlijdt (statistisch rond de 85 jaar), zal Rogier ongeveer 60 jaar oud zijn. Vaak hebben mensen in die leeftijd hun hypotheekschuld als (bijna) afgelost en hebben zij lage maandlasten, terwijl de kleinkinderen in een fase zitten waarin zij juist veel geld nodig hebben in verband met hun studie of het kopen van een huis.

Nadelen

Tot zover enkele belangrijke voordelen van geld nalaten aan kleinkinderen. En de voordelen kunnen nog groter zijn als niet alleen opa, maar ook oma een geldbedrag aan de kleinkinderen nalaat – dan wordt de vrijstelling immers tweemaal benut – of als wordt gewerkt met uitgestelde opeisbaarheid van het kleinkindlegaat; daarop ga ik aa het slot van deze bijdrage kort in.

Nadelen

Maar er zijn ook nadelen. En die worden nog wel eens over het hoofd gezien. Ik noem er (zonder pretentie van volledigheid) enkele:

  • Doordat het vermogen van het kleinkind toeneemt, neemt ook de vermogens(rendements)belasting (box 3 van de inkomstenbelasting) voor het kleinkind toe.
  • Doordat het (box 3-) vermogen van het kleinkind toeneemt, komt hij wellicht niet meer in aanmerking voor bepaalde belastingkortingen (inkomstenbelasting) of toeslagen (bijvoorbeeld huur- of zorgtoeslag). Zou het kleinkind een bijstandsuitkering aanvragen, dan moet hij eerst een groot deel van zijn vermogen “opeten”. Zou het kleinkind in een verpleeghuis worden opgenomen, dan telt zijn vermogen mee voor de “eigen bijdrage” in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het is niet uitgesloten dat in de toekomst meer overheidsregelingen “vermogensafhankelijk” worden.
  • Zolang het kleinkind minderjarig is (in beginsel tot zijn 18de verjaardag), wordt zijn vermogen voor de inkomstenbelasting (box 3) toegerekend aan zijn ouders. Dat betekent dat Rogier en de andere ouder van het kleinkind gedurende de minderjarigheid van hun kinderen kunnen worden geconfronteerd met de hiervoor beschreven nadelen. Met name in geval van scheiding van Rogier kan dat leiden tot complicaties.
  • Zodra het kleinkind meerderjarig wordt (in beginsel op zijn 18de verjaardag), kan hij vrijelijk over zijn vermogen beschikken. De vraag is, of het kleinkind dan al oud en wijs genoeg is om het gelegateerde geldbedrag zelf verantwoord te kunnen beheren en besteden. Het is vast niet de bedoeling van Jan dat zijn kleinzoon deze € 21.559 besteedt aan drank en sigaretten. Met name als het om wat grotere bedragen gaat, kan het daarom zinvol zijn om een testamentair bewind over het gelegateerde geldbedrag in te stellen. Het gelegateerde geldbedrag is dan van het kleinkind, maar hij kan er slechts over beschikken met medewerking van de bewindvoerder die in het testament is benoemd (bijvoorbeeld Rogier, in dit geval). Aan die bewindvoerder kunnen ook instructies worden meegegeven voor de besteding, bijvoorbeeld een opleiding of andere duurzame investering in de toekomst.
  • Zolang het kleinkind minderjarig is, wordt het gelegateerde geldbedrag in beginsel beheerd door degenen die het gezag over hem uitoefenen. Dat zijn zijn beide ouders (in dit voorbeeld: Rogier en zijn partner) of voogden. Dat is echter niet altijd wenselijk. Met name als Rogier gaat scheiden, zal het misschien niet Jans bedoeling zijn dat zijn ex-schoondochter iets te zeggen heeft over het vermogen dat hij aan zijn kleinkinderen heeft nagelaten. Ook om die reden kan een testamentair bewind zinvol zijn. Dit testamentair bewind overrulet namelijk het bewind van degenen die het gezag uitoefenen.
  • Bij het legateren van geldbedragen moet ook rekening gehouden worden met inflatie of deflatie. Met € 21.559 kan het kleinkind nu (augustus 2022) een aantal jaren collegegeld en boeken betalen. Maar na een aantal jaren flinke inflatie, is dat bedrag misschien nauwelijks genoeg om één boek te kopen. Maar voor Rogier betekent diezelfde inflatie dat hij het mislopen van die 2 * € 21.599 = € 43.118 nog harder zal voelen. Zeker als Rogier zijn baan verliest en het geld nodig heeft om in zijn (steeds duurder wordende) levensonderhoud te voorzien. Of als zijn pensioen niet (volledig) wordt geïndexeerd voor inflatie.

Eerlijk of niet?

Stel dat Jan niet alleen een zoon (Rogier) heeft, maar ook een dochter (Annette). Rogier heeft twee kinderen. Annette heeft er geen. Jan legateert aan ieder van zijn kleinkinderen het vrijgestelde bedrag, dus 2 * € 21.599 = € 43.118. Omdat een legaat normaal gesproken als een schuld van de nalatenschap wordt beschouwd (art. 4:7 BW), wordt dit eerst voldaan. Pas daarna wordt de resterende € 156.882 verdeeld tussen Rogier en Annette. Zij erven dus ieder € 78.441. Dat kan tot scheve ogen leiden bij Annette, want de “staak” van haar broer krijgt nu in totaal € 78.441 + 43.118 = € 121.559 (oftewel 61% van de nalatenschap), terwijl zij maar € 78.441 (38% van de nalatenschap) erft.

Om dit te voorkomen zou Jan in zijn testament kunnen bepalen dat de nalatenschap eerst gelijkelijk verdeeld wordt tussen zijn kinderen en dat de legaten aan de kleinkinderen vervolgens uitsluitend ten laste komen van hetgeen de ouder van dat kleinkind erft.

Maximeren

Met name als een kind veel kinderen heeft, of als het vermogen van opa of oma daalt, kunnen legaten aan de kleinkinderen ertoe leiden dat er voor het kind zelf weinig te erven overblijft. Een ongelukkig geformuleerd legaat kan er zelfs toe leiden dat het kind helemaal niets erft en uit eigen zak het legaat aan zijn kinderen (deels) moet voldoen! Daarom is het verstandig om de gelegateerde bedragen te maximeren. Bijvoorbeeld zodanig, dat een kind nooit meer dan 1/3 van zijn erfrechtelijke verkrijging hoeft uit te keren aan de kleinkinderen. Of zodanig, dat de verkrijging van de kleinkinderen samen nooit meer is dan bijvoorbeeld 1/2 van de nalatenschap.

Sommige grootouders die een testament maken rekenen zich ten onrechte rijk. Zij hebben een afgelost huis en denken dat “een paar keer € 20.000” geen enkel probleem is, maar realiseren zich bijvoorbeeld niet dat zij ook nog een vaderlijk of moederlijk erfdeel schuldig zijn aan hun kinderen. Soms is op die schuld – ongemerkt – al vele jaren 6% samengestelde rente bijgeschreven. Ook zien zij een forse daling van de huizenprijzen vaak niet als realistisch scenario, terwijl dat zich wel degelijk zou kunnen verwezenlijken. Je kunt je voorstellen dat de goedkoopste notaris niet per se degene is die de meeste tijd zal nemen voor een afgewogen advies of formulering van het testament op dit punt.

Contante waarde

Er is een manier om een groter geldbedrag dan € 21.559 te legateren aan een kleinkind. Dat kan door te bepalen dat het gelegateerde bedrag pas later opeisbaar is (bijvoorbeeld als Rogier overlijdt) en dat de vordering van het kleinkind op Rogier tot dat moment renteloos is. Er wordt dan een zodanig geldbedrag gelegateerd dat de contante waarde daarvan, rekening houdend met die renteloosheid en uitgestelde opeisbaarheid, gelijk is aan de vrijstelling. Een dergelijke formulering kan veel erfbelasting besparen, maar kan ook tot grote problemen leiden als het op onvoldoende deskundige wijze is ingezet.

Als Rogier 58 jaar oud is op het moment dat Jan overlijdt, dan is het geldbedrag waar ieder kleinkind recht op heeft geen € 21.599, maar € 63.526. Fiscaal kan dit interessant zijn, maar als Rogier zijn erfenis gebruikt om zijn hypotheekschuld af te lossen, zal zijn partner bij zijn overlijden misschien het huis moeten verkopen om de kinderen uit te keren.

waarde (fictief) vruchtgebruik t.b.v. Rogier, leeftijd 58 jaar
(art. 5 jo 10 Uitv. Besl. Successiewet 1956)
€ 41.92766%
(bloot eigendoms)waarde vordering kleinkind€ 21.59934%
nominale waarde vordering kleinkind63.526100%
berekening nominale waarde

Bevat uw testament zo’n “contantewaardelegaat”? Laat dan door een deskundige voorlichten wat de gevolgen daarvan kunnen zijn!

Hierboven zijn slechts enkele voor- en nadelen besproken. Voor een volledig advies, dat rekening houdt met de specifieke situatie van uw kinderen en kleinkinderen overlegt u best met een notarieel estate planner.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.